Voortaan gaat elke blogpost vergezeld van een videopodcast. De podcast is oriënterend, de blokpost verdiepend. Als je dat wil kun je de podcast ook op de TV zien. Je selecteert daarop YouTube en je zoekt ‘kanaal expeditie muziek’. Je kunt ook naar je tv casten vanaf je mobiele apparaat.
In deze blogpost ga in op de vraag of sommige muziekstijlen het best tot hun recht komen in een bepaalde taal. ik leg ik uit waarom dat vaak wel het geval is.
Aan de orde komen het verband tussen
– taal en ritme,
– taal en klankkleur,
– taal, rijm en woordenschat,
– taal en zinsbouw
– en taal en maat.
Taal en ritme
De taalkundige Kenneth Pike plaatst Europese talen op een schaal met aan de ene kant ‘‘stress-timed rhythm’ en aan de andere kant ‘syllable-timed thythm’ of te wel klemtoon-gestuurde ritmiek versus lettergreep-gestuurde ritmiek.
In de categorie ‘stress-timed’ ritmiek duurt het interval tussen lettergrepen met een klemtoon in de regel even lang.
Het Engels is het beste voorbeeld van een taal met ‘stress-timed’ ritmiek. Deze taal heeft een sterke dynamiek; de klank is bijna stuiterend, ideaal voor rock of rap. Passages tussen de klemtonen worden vaak ingeslikt of afgekort (gonna, wanna, ‘n’)
I’s been a hard day’s night
Duits is ook een voorbeeld van een taal met een ‘stress-timed’ ritmiek taal direct achter het Engels. Nederlands volgt daarna. Ook het Duits kent veel afkortingen om de ritmiek vast te houden:
Ich hab’s geseh’n
‘I walk alone through the night’
In de talen die tot de categorie ‘syllable-timed’ ritmiek behoren duurt elke lettergreep doorgaans even lang, zonder dat er sprake is van wisselingen van klemtoon, zoals in het Engels, Duits en Nederlands. Je hoort dan een vloeiende cadans. Je kunt meeklappen per lettergreep.
Frans is daarentegen een voorbeeld van een taal met een ‘syllable-timed’ ritmiek. Het feit dat elke lettergreep bijna even lang duurt maakt de taal vloeiend en verhalend, melodieën golvend en het ritme minder uitgesproken.
Je marche seul dans la nuit
Je kunt ook makkelijk de klemtoon variëren omdat deze minder uitgesproken is. Je zou bijvoorbeeld ‘seul’ kunnen accentueren. Soms krijgt ook de laatste lettergreep een lichte klemtoon.
Italiaans en Spaans kennen in wat mindere mate dan het Frans een ‘syllable-timed’ ritmiek. Een goed voorbeeld in het Spaans is Richie Valens’ nummer ‘La Bamba’. De lettergrepen zijn een reeks gelijke pulsen:
Pa–ra bai–lar la Bamba.
Er zijn bijna geen verschillen in klemtoon. Je hoort open klinkers in bijna elke lettergreep en gelijkmatige zinnen. Het effect is een dansbaar en zingbaar nummer met een melodie die meebeweegt met de tekst.
Ik kijk hieronder ook naar andere eigenschappen van de voornoemde talen dan ritme, zoals klankkleur, rijmmogelijkheden, woordenschat, zinsstructuur, expressie en maat. Al deze eigenschappen overlappen elkaar deels en daarom kun je ze zelden ‘in zuivere vorm’ beluisteren. In combinatie met ritme geven ze elke taal een muzikale persoonlijkheid en kun je bijna spreken van taal als een muziekinstrument.
Taal en klankkleur
Verschillen tussen talen worden uitgedrukt door de termen hard en pastel. Het onderscheid valt deels samen met Germaanse versus Romaanse talen.
De hardheid van de klankkleur van een taal wordt bepaald door de hoeveelheid medeklinkers, de openheid van de klinkers, de hardheid van samengestelde klanken (‘g’,’ ch’,’ ‘r’ en ‘s’). enhet nasale karakter.
De klankkleur van Engels en Duits komt grotendeels overeen en is uitgesproken hard. Italiaans, Spaans en Frans zijn eerder pastel. Nederlands zit daar tussenin, vanwege de aanwezigheid van zowel harde medeklinkers in de Randstad (‘t’,’ ‘k,’ ‘p’, ‘g’, ‘sch’, ‘ch’) als lange klinkers (‘aa’, ‘o’ en ’ee’) in het zuiden.
Een goed voorbeeld van een felle klankkleur is het nummer van Rammstein ‘Du hast. Wat je hoort is hoe vooral de clusters van medeklinkers (-hst, -scht, -cht) het geluid fel en hoekig maken.
Taal, rijm en woordenschat
Frans is een makkelijke taal om te rijmen: Veel woorden eindigen op vergelijkbare manier (‘-é’, ‘-er’ of ‘-ion’). Er zijn dus veel mogelijkheden, maar die zijn dan vaak ook voorspelbaar. Nederlands lijkt in dit opzicht wel op Frans. Hetzelfde geldt voor het Spaans en Italiaans. Vandaar dat deze talen zich goed lenen voor aria’s. Engels ligt aan de andere kant van het spectrum: Aan het einde van een zin is de klankvariatie groot door de variatie in uitspraak; deze taal leent zich ook voor rijm binnen zinnen.
Een goed voorbeeld van rijm in Franse liedjes is ‘La vie en rose’ van oorspronkelijk gezongen door Edith Piaf. Je hoort hier de versie van Andrea Bocelli. Het nummer kent veel identieke uitgangen (‘-ose’, ‘-eur’, ‘-ant’ en ‘-é’). Rijmparen zijn er bij de vleet: ‘rose’/’chose’ en ‘yeux’/’bleu’. Dit resulteert in een doorlopende zanglijn
Zinsstructuur en expressie
Engels herken je meteen door zijn korte, ‘catchy’ zinnen en de taal leent zich uitstekend voor korte en krachtige ‘hooks’. In dit opzicht komt Nederlands vlak achter Engels. In het Duits staat het werkwoord vaak achteraan, wat leidt tot in de opbouw van spanning, langere zinnen en een ‘dramatische’ ontlading.
Frans kent gemiddeld langere zinnen dan de andere talen, wat de taal geschikt maakt voor verhalende teksten. Frans, Spaans en Italiaans kennen een vloeiende zinsopbouw, emotionele intensiteit en de talen zijn ‘van nature’ zingbaar. Het nummer Amsterdam van Jaques Brel demonstreert bij uitstek het Frans als verhalende taal. De tekst bestaat uit lange doorlopende zinnen zonder adempauze maar met veel voegwoorden en bijzinnen.
Taal en maat
De invloed van de taal op de klank van een muziekstuk wordt nog vele maken groter als je verder kijkt dat Engels, Frans, Nederlands en Italiaans. Het overgrote deel van de muziek in deze landen is geschreven in 3/4 of 4/4 maat. 5/4 maat in popmuziek komt bijna niet voor. Hier is één schaars voorbeeld: Living in the past van Jethro Tull. Kom je in de Balkan dan is 5/4 maat heel gewoon. Trouwens, dit nummer heeft wel wat van Zuid-Europese volksmuziek.
Samenvattend
Van de zes besproken talen zijn Nederlands, Duits en Engels het minste minst vloeiend (‘legato’). Voor alle Germaanse talen geldt dat zinnen vaak eindigen met een medeklinker waardoor deze zinnen ‘hard’ klinken. In en Romaanse talen eindigen zinnen vaak op een klinker, waardoor lange melodische zanglijnen kunnen ontstaan.
Elke taal heeft zijn eigen expressiemogelijkheden en tekstschrijvers gebruiken deze meestal spontaan. Dit draagt bij aan de eigenheid van nummers uit verschillende landen. Het is inderdaad waar dat een Nederlandse tekstschrijver die een ‘verhalend’ nummer – een ballade of een aria – wil schrijven het beste gebruik zou kunnen maken van romaanse taal zoals Frans, Italiaans of Spaans. Wie zo’n taal niet beheerst kan zich beter beperken tot de genres waartoe de eigen taal zich beter leent. Ramses Shaffy’s ‘Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder‘ is meer een ‘statement’ dan een verhaal en daarvoor leent het Nederlands zich uitstekend.
Plaats een reactie