John Coltrane (De ontwikkeling van jazz 11/11)

John William Coltrane (bijnaam ‘Trane’) werd op 23 september 1926 geboren in Hamlet (North Carolina, U.S.) en hij overleed op 17 juli 1967 in Huntington (New York, U.S.). Hij speelde klarinet en tenor in een plaatselijk muziekkorps. Later switchte hij naar saxofoon. Na de middelbare school vond werk in een suikerraffinaderij om het inkomen van het gezin, dat inmiddels naar Philadelphia was verhuisd, aan te vullen.

Jaren ‘40

Op zijn 17de verjaardag kreeg hij een saxofoon. Juni 1945 was een belangrijk moment in zijn carrière; hij hoorde toen voor het eerst Charlie Parker spelen, waarover hij later zei: “the first time I heard Bird play, it hit me right between the eyes.”

In het leger wordt zijn muzikaal talent snel ontdekt en hij wordt lid van de Melody Masters, de swingband op zijn basis in Hawai. Zijn eerste plaatopname was in 1946, waar hij met elke leden van de band een aantal jazz standaards en bebop nummers speelde. Terug in Philadelphia neemt hij dankzij een beurs les in muziektheorie en saxofoon aan de Granoff School of Music. Terwijl hij in verschillende bandjes speelde bleef hij fanatiek oefenen. 

Jaren ‘50

Ook Charlie Parker had inmiddels zijn talent ontdekt en Coltrane speelde als freelancer geregeld met hem, net als Dizzie Gillespie en Johnny Hodges deden. In 1955 nodigt Miles Davis hem uit om lid te worden van zijn kwintet, toen deze aan het terugkomen was na zijn heroïneverslaving. Met dit quintet neemt Coltrane de albums Cookin’, Relaxin’, Workin’en Steamin’ (with the Miles Davis Quintet) op.

Uit ‘Relaxin’ kun je hier luisteren naar een liveoptreden in Zürich van Coltrane en Davis in ‘If I Were a Bell’. De opname dateert van 1961.

Het kwintet houdt na enkele jaren op te bestaan, nu vanwege de heroïneverslaving van Coltrane.

In 1957 gaat Coltrane samenwerken met Thelonius Monk, maar vanwege uiteenlopende contractuele verplichtingen komt het niet tot een gezamenlijk album. Pas in 2005 komt een goede opname boven water van een concert in november 1957 en daarmee werd alsnog een album geproduceerd: ‘Thelonius Monk Quartet With John Coltrane at Carnegie Hall’. Dit album werd hoog gewaardeerd. Newsweek sprak van de “musical equivalent of the discovery of a new Mount Everest”. Het album laat horen hoe Monk alle ruimte geeft aan Coltrane en diens solo’s subtiel ondersteunt. Luister naar ‘Sweet and Lovely’(1957):

In 1957 hervat Coltrane de samenwerking met Miles Davis, die de stijl perfectioneert welke hij ook al met Monk praktiseerde, namelijk elkaar razend snel opeenvolgende noten, passend binnen een voorgegeven opeenvolging van akkoorden. In deze tijd werden ook Daves’ albums ‘Milestones’ and ‘Kind of Blue’ opgenomen. 

Jaren ‘60

Free jazz

Begin jaren ’60 neemt Coltrane het album ‘Giant Steps’ (1960) op. In de geschiedenis van de jazz spant dit album Davis’ Kind of Blue’ naar de kroon. Dit album kent een lastiger opeenvolging van patronen van noten dan welk jazznummer dan ook. Het is bijna oog- en oorverblindend om te luisteren naar de titelsong ‘Giant steps’ en tegelijkertijd te kijken naar een animatie van de voorbij vliegende noten. ‘Giant steps’ is verplichte oefenstof voor conservatoriumstudenten.

Van een heel andere aard is ‘Naima’, een toondicht, opgedragen aan zijn vrouw. Dit geldt ook voor twee andere nummers die verwijzen naar familieleden: ‘Cousin Mary’ en Syeeda’s Song Flute’, opgedragen aan zijn stiefdochter. Kijk en luister naar dit laatste nummer. Hier gespeeld door het Colorado State University Jazz Ensemble:

Een opname als deze geeft een goed beeld van hoe het nummer op de plaat klinkt. Het verschil is uiteraard dat het nummer op het album grotendeels geïmproviseerd is en het hier om een transcriptie daarvan gaat.

Coltrane vormt nu ook zijn eerste kwartet, later kwintet. De eerste platenopname was ‘My Favorite Things’ (1965), waarop hij sopraansax speelt. De groep speelt geregeld in de beroemde jazzclub ‘Village Vanguard’ in New York en ontwikkelt  steeds verder in de richting van de ‘free jazz’. Dat blijkt uit een van de meest gespeelde stukken, ‘Chasin’ the Trane’ (1961). Later voegde Coltrane een tweede bassist toe om een diepere pulserende ondergrond te krijgen. Dat hoor je op de albums Olé Coltrane’ (1961),  ‘Africa/Brass’(1961). Dit nummer wordt hier gespeeld door Archie Shepp en de Hessische Rundfunk Bigband. Het mooie van dit arrangement is dat er aan dit orkest ook een tweede bassist is toegevoegd en de klankkleur extra massief wordt gemaakt door vier (!) tuba’s.

Van iets latere datum zijn  ‘The John Coltrane Quartet Plays’ (1965) en ‘Ascension’ (1965). Je kijkt en luistert hier naar een deel van dit album.

Een middenweg?

Veel critici zijn uitgesproken negatief over de ontwikkeling die Coltrane doormaakt. Ze spraken van ‘anti-jazz’ en ook collega-musici, inclusief Miles Davis, vonden het maar niets. Coltrane trok zich deze kritiek aan en de stijl van het ‘Classic Quartet’, zoals het werd genoemd, wordt meer harmonisch. Dit blijkt vooral uit het albums ‘Ballads’(1961).

In liveoptredens blijft hij de grenzen tussen jazzstandaarden en meer vrije vormen van jazz opzoeken. Dat blijkt uit albums als ‘Impressions’ (1963), ‘Live at Birdland’ (1963) en ‘Newport’(1963). Je kunt hier kijken en luisteren naar ‘I want to talk about you’, uit dit laatste album.

Spirituele inspiratie

In 1964 produceert het ‘Classic Quartet’ zijn bestseller, ‘A Love Supreme’. Dit werk is een ode aan Coltrane’s liefde voor en geloof in God. Coltrane verdiepte zich daarvoor grondig in de geschriften van de verschillende godsdiensten. Zijn spirituele inspiratie wordt voortgezet in andere albums, zoals ‘Ascention’ (1965), ‘Om’ (1965) en ’Meditations’ (1966) . ‘Om’ is belangrijkste symbool van het hindoeïsme en verwijst naar de oneindigheid van het universum.

In deze albums verdiept  Coltrane zijn betrokkenheid bij avant-garde jazz , geïnspireerd door Ornette Coleman, Albert Ayler en Sun Ra. Hij vraagt Pharoah Sanders het kwartet te komen versterken en trok ook een tweede drummer aan.  Andere leden van het kwartet kunnen de weg die Coltrane inslaat niet meer volgen en verlaten de band. 

Kosmische transcendentie

Met zijn nieuwe groep speelt Coltrane lange versies van eerder werk, soms tot 30 minuten. Enkele concerten zijn vastgelegd: Live at the Village Vanguard Again! (1966) en ’Live in Japan’. Studio-opnamen verschenen op ‘Expression’ en ‘Interstellar space’(zonder Sanders).

Overlijden

Coltrane overlijdt op 40-jarige leeftijd onverwacht aan leverkanker waarna de Afrikaans orthodoxe kerk hem heilig verklaart. Coltrane is afgebeeld als een van de heiligen op en 280 m2 icoon – de ‘Dansende heiligen’- in de St. Gregory of Nyssa episcopale kerk in San Francisco.

Coltrane’s zonen zetten zijn muzikale werk voort. Ik eindig met een nummer afkomstig uit het album ‘Expression’, gespeeld door het kwartet van Ravi Coltrane in 2008.

‘Chasing Trane: The John Coltrane Documentary’ is een film uit 2016, geregisseerd door John Scheinfeld. Deze kun je hier bekijken

Plaats een reactie