Fusion en smooth jazz: vermenging van jazz met andere genres (De ontwikkeling van jazz 5/11)

Ook jazzmuzikanten luisteren graag naar rock, pop of klassiek. Dat deze genres voor sommigen een bron van inspiratie zijn ligt voor de hand. Ze hadden nog andere reden om de weg van fusion op te gaan, namelijk jazz toegankelijker maken voor een breed publiek en daarmee eventueel ook commercieel succes behalen. Fusion en smooth jazz gaan naadloos in elkaar over. De voorbeelden in deze aflevering laten zien dat maken van gemakkelijk in het oor liggende muziek en behouden van de melodische en harmonische uitgangspunten van jazz goed te combineren zijn. Bij smooth jazz ligt het accent wat meer op het eerste uitgangspunt. 

De bekendste fusion artiest is Miles Davis. Anderen zijn Chick Corea en Herbie Hancock, vibrafonist Gary Burton, drummer Tony Williams, violist Jean-Luc Ponty, gitaristen Larry Coryell, ook wel de peervader van de fusion genoemd, Al Di MeolaJohn McLaughlin, saxofonist Wayne Shorter en bassisten Jaco Pastorius en Stanley Clarke.

Hier kun je luisteren maar Miles Davis die de popsong ‘Time After Time’ (1985) speelt.

In zijn nummer Bitches Brew (1969) laat Davis swingbeat grotendeels achterwege en gebruikt hij rock and roll idioom. Het album mixt free jazz blazers met een ensemble met elektronische keyboards, gitaar en percussie. Hij verkocht 400.000 albums, vier keer zijn jaargemiddelde. In hetzelfde jaar verscheen zijn album In a Silent Way (1969), wat beschouwd wordt als zijn eerste fusion album.[12] Bijna alle van de hiervoor genoemde muzikanten werkten eraan mee.

Jazz en rock

De meest toegepaste vorm van fusion is een ‘cross-over’ tussen jazz en rock. Bruggen tussen deze genres zijn vanuit beide kanten geslagen. Een ouder voorbeeld is het Charles Lloyd Quartet met onder andere Keith Jarrett, dat vanaf eind jaren ’60 deze weg bewandelde. Je ziet hier een recente opname van het kwartet (inmiddels zonder Keith Jarrett) van de compositie ‘Dream Weaver’.

Toch waren het aanvankelijk vooral rockgroepen die jazz en rock mengden. Voorbeelden zijn: Colosseum (Take Me Back to Doomsday, 1970), Chicago (Tanglewood, 1970), Blood, Sweat & Tears (God Bless This Child, 1973), Soft Machine (Switserland, 1974), Frank Zappa & the Mothers of Invention, Gratefull Death (Oktober, Winterland, 1974),  The Allman Brothers, In Memory of Elisabeth Reed, 1970). Santana (Evil Woman, 1969), Jimi Hendrix (Voodo Child, 1970), King Krimson (Larks’ Tongues in Aspic, 1972) en recent Ozric Tentacles (Epiphilioy, 2016)  Elk nummer is de moeite waard! Van Emerson, Lake & Palmer, hoor je nu: Mussorgsky – Pictures At An Exhibition,1970)

Emerson Lake & Palmer wordt wel de meest pretentieuze ‘progressive rock’ groep ooit genoemd, vanwege de  aldoor meer overweldigende podiumpresentatie. Op hun hoogtepunt namen ze 40 ton apparatuur mee en soms een 50-koppig koor.

Het waren rockgroepen met meer dan gemiddelde artistieke pretenties en die vaak aangeduid werden met de term progressieve rock, die geïnspireerd werden door jazz. Progressieve rock had ‘van nature’ al veel kenmerken van jazz, zoals de affiniteit voor lange solo’s, afwijkende maatsoorten en complexe melodieën. 

Terwijl de dagen van ‘progressive rock’ allang voorbij waren, bleef fusion tussen jazz en rock populair, met muzikanten als Pat Metheny (Jaco, 1977), John Abercrombie (Timeless, 2021), John Scofield (Live, Leverkusener Jazztage, 2023), de Zweedse groep e.s.t. (Behind The Yashmak, hier samen met Pat Metheny, 2003), Brad Mehldau (Live in Montreal, 2023) en The Bad Plus (Live Moers festival, 2017). De laatste twee hebben hedendaagse rockmuziek verkend binnen de mogelijkheden van het traditionele akoestische jazzpianotrio, door instrumentale jazzversies op te nemen van rocknummers. Hier speelt The Bad Plus Confortable Numb van Pinkfloyd met zang van Wendy Lewis. Je kunt kijken hier kijken naar het Brad Mehldau trio, dat Hello Joe van Jimmie Hendrix vertolkt:

Brad Mehldau wordt overigens beschouwd als een van de beste jazzpianisten van de 21ste eeuw.  Hij is sinds 2013 jaarlijks genomineerd voor een Grammy Award, waarvan hij er uiteindelijk in 2020 een won voor zijn album “Finding Gabriel”.

Jazz en soul

Soul jazz is een uitvloeisel van hard bob met veel invloeden vanuit soul, blues en rhythm & blues. Het Hammondorgel speelt een belangrijke rol. In vergelijking met hard bop heeft soul jazz een meer ‘aards en bluesy’ karakter dat uitnodigde om te dansen. Soul jazz bewoog zich snel in de richting van smooth jazz.

Enkele prominente namen zijn: Cannonball Adderly (‘Work song’, 1963), Lee Morgan (‘The sidewinder’, 1963), Frank Foster (‘Samba blues’, 1963), Horace Silver (‘Song for my father’ ( 1964), Ramsey Lewis (‘The ‘in’crowd (1965, opname 1973), dat een hit werd en artiesten als Chick Corea, John McLaughlin en later de ‘Noorse’ stijl van Bugge Wesseltoft. Maar ook hier komen we volop in de richting van de fusion en smooth jazz.

Vermeldenswaard is ten slotte het Cinematic Orchestra dat (klassiek) jazz, soul en het gebruik van elektronica, inclusief draaitafels, combineert in stemmige producties.

Je kunt hier kijken en luisteren naar twee nummers van uiteenlopende aard “To built a home” (gezongen door Patrick Watson) en “Breath” (gezongen door Fontella Bass), beide live vanuit het Barbican te Londen in 2007. Het laatste nummer vind kun je hier beluisteren.

De muziek van het Cinematic Orchestra heeft zijn weg naar het publiek gevonden via albums en optredens maar vooral ook vanwege het veelvuldig gebruik ervan in documentaires en (speel)films. 

Jazz en funk

Fusion bleef niet beperkt tot jazz, rock of soul. Herbie Hancock zocht naar een cross-over tussen jazz en funk. Een voorbeeld hiervan is zijn album Head Hunters (1973). Het was al zijn 12de album, mar hiermee brak hij artistiek en commercieel door.

Hancock was al eerder begonnen om de grenzen van de hard bop te verleggen. Zijn eerste album bevatte bijvoorbeeld het nummer ‘Watermelon Man’ (1962) met zijn strakke funky pianospel. Ook Miles Davis heeft een uitstapje gemaakt naar jazz funk, met name zijn album ‘On the Corner’(1972. Dit was een poging van zijn kant om de kloof met jonge Afro-Amerikanen te verkleinen.

Kenmerkend voor jazz funk is de sterke backbeat (vierde tel). En de al vroegtijdige introductie van elektronische synthesizers. 

Net als in het geval van jazz rock reageerden de hardliners van de jazz afkerend en ze spraken over jazz voor de danszalen. Niettemin was het album Head Hunters een betekenisvol moment in de ontwikkeling van jazz. Het inspireerde jazzmuzikanten, maar ook funk, soul en hiphopartiesten. Het stimuleerde ook het verdere gebruik van synthesizers als hulpmiddel in het fusion genre. 

Smooth jazz

Veel jazz musici die voor fusion kozen wilden ook de acceptatie van hun muziek vergroten, vandaar de vloeiende overgang tussen fusion en ‘smooth jazz’. 

Kenmerken:

– De meeste nummers zijn ‘downtempo’ (90-105 tellen per minuut) 

– De melodie wordt doorgaans door slechts een instrument gespeeld.  Dat is meestal een saxofoon of een elektrische gitaar.

– Smooth jazz mijdt vaak improvisatie en de nadruk legt op een melodisch geheel. Daarom wordt vaak wordt misprijzend van commercieel georiënteerde ‘would be’ jazz gesproken.

De gitarist Wes (Leslie) Montgomery heeft in de laatste jaren van zijn nog jonge leven (hij stierf in 1968 op 45-jarige leeftijd) de basis gelegd voor smooth jazz, door muziek te maken die zowel jazz- en popliefhebbers aansprak. Daarvoor speelde hij vooral (hard) bop. Voorbeelden zijn ‘Here Is That Rainy Day’ (1965). ‘Full House’ en ‘Round Midnight’, waarnaar je hieronder kunt kijken en luisteren.

Tegen het begin van de jaren ‘80 was groot deel van het oorspronkelijke fusion genre ondergebracht in andere takken van jazz en rock, met name smooth jazz, waartoe zich een snel groeiend aantal artiesten rekende. Te denken valt aan Gerge Benson  Al JarreauAnita BakerChaka Khan en Sade, maar ook aan saxofonisten als Grover Washington Jr.Kenny GKirk WhalumBoney James en David Sanborn.

Pluralisme

Sinds de jaren ‘90 wordt jazz gekenmerkt door een pluralisme waarin niet één stijl domineert, maar een breed scala aan stijlen, genres en mengvormen, elk met eigen liefhebbers. Fusion neemt hierbij een belangrijke plaats in. De stijl heeft een veelheid aan genres bijeengebracht, en daarbij het jazzpubliek weer teruggebracht, vooral dankzij de rol die de melodie in combinatie met ritme speelt.

Vanaf het begin van de 21ste eeuw is jazz meer dan voorheen een eigenstandig en populair type muziek. Een aantal een aantal jonge muzikanten laat van zich horen, waaronder pianisten Jason Moran en Vijay Iyer, gitarist Kurt Rosenwinkel, vibrafonist Stefon Harris, trompettisten Roy Hargrove en Terence Blanchard in de VS.

In het Verenigd Koninkrijk waren dat Sons of KemetShabaka HutchingsEzra Collective en Moses Boyd.

Gevestigde jazzmuzikanten als Wayne ShorterJohn Scofield, Jan GarbarekPat MethenyBrad MehldauOlga KonkovaChristian McBridePer Mathisen en  Supergroep Snarky Puppy die conventionele instrumenten en elektronica integreert. Naar deze laatste kun je hier kijken en luisteren.

Plaats een reactie